Ga naar hoofdinhoud

The Challenge Veerkrachtige steden

De TU Delft ontwikkelt samen met de Erasmus Universiteit en het Erasmus Medisch Centrum oplossingen voor urgente en complexe maatschappelijke problemen in het Convergentie-programma. De stad Rotterdam dient daarbij als levend laboratorium. Delft Matters sprak met de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb en TU-professor Arjan van Timmeren over de veerkracht van de stad.

Lees meer

The Challenge Veerkrachtige steden

De TU Delft ontwikkelt samen met de Erasmus Universiteit en het Erasmus Medisch Centrum oplossingen voor urgente en complexe maatschappelijke problemen in het Convergentie-programma. De stad Rotterdam dient daarbij als levend laboratorium. Delft Matters sprak met de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb en TU-professor Arjan van Timmeren over de veerkracht van de stad.

Tekst Jos Wassink

We gaan het hebben over veerkracht. Dat is een toekomstgericht onderwerp. Komt u daar nog aan toe met alle nachtelijke explosies en de schietpartijen zoals laatst in Delfshaven en het Erasmus MC?

Aboutaleb: “Zeker. Ik moet schakelen tussen schalen. De microschaal, waarbij je micromanagement moet doen. Een demonstratie, een schietpartij, dat soort elementen. Maar ook tijd vrijmaken om over de lange termijn na te denken. Eén van die onderwerpen is de energievoorziening van Nederland en van Duitsland, waarbij de Rotterdamse haven een belangrijke rol speelt. Dus ik probeer nu in de hele wereld heel veel vrienden te maken. Landen die erg onbekend waren op het terrein van energie, die nu ineens aan het firmament verschijnen als toekomstig leverancier van waterstof. Zoals Saudi-Arabië, Egypte, Marokko, Namibië, Zuid-Afrika, Chili, Argentinië.”

‘De herstelkracht in de openbare ruimte komt van de bewoners zelf’

Even terug naar het begrip veerkracht. Kunt u dit begrip definiëren en aangeven waarom het van belang is?

Aboutaleb: “Ik heb een heel platte definitie van veerkracht of resilience. Veerkracht heeft te maken met de mate waarin je een elastiek kunt belasten, uit elkaar kunt trekken. Als je eraan trekt heeft-ie het heel zwaar. Maar laat je hem los en dan krijgt hij zijn oude vorm weer terug. Veerkracht staat voor mij voor herstelkracht. Maar als je te hard aan het elastiek trekt, dan krijgt-ie zijn oude vorm niet meer terug. Dan is er blijvende schade. Ik vind dat eigenlijk het beste beeld om over de veerkracht van een samenleving na te denken. Herstelkracht vind ik een nog mooiere term.”

© Portret: Marcel Krijger | Illustratie/Montage: Ontwerpwerk

Wie is Ahmed Aboutaleb

Ahmed Aboutaleb (Nador, 1961) kwam in 1976 naar Nederland. Hij studeerde telecommunicatie aan de hts, maar ging daarna aan de slag als verslaggever voor diverse media. Via het directeurschap van Forum, een onderzoeksinstituut voor multiculturele vraagstukken en een baan als ambtenaar bij de gemeente Amsterdam koerste Aboutaleb naar het openbaar bestuur. In 2003 werd hij lid van de PvdA. Een jaar later verving hij de in opspraak geraakte Rob Oudkerk als wethouder voor onderwijs in Amsterdam. In 2007 werd hij benoemd als staatssecretaris van sociale zaken onder premier Balkenende. Twee jaar later volgde hij Ivo Opstelten op als burgemeester van Rotterdam. Daarnaast is hij onder meer voorzitter van het Bataafsch Genootschap van de proefondervindelijke wijsbegeerte en ondersteunt hij het Convergence samenwerkingsverband tussen TU Delft, Erasmus Universiteit en Erasmus Medisch Centrum.

Wie is Arjan van Timmeren

Arjan van Timmeren (Groningen, 1969) is sinds 2012 hoogleraar environmental technology and design aan de faculteit Bouwkunde. Eerder studeerde en promoveerde hij daar cum laude. Een belangrijk thema in zijn onderzoek is het met behulp van technologie verduurzamen van gebouwen en steden. Hij was nauw betrokken bij de oprichting van het Amsterdam Institute for Advanced Metropolitan Solutions (AMS) en leidde dit instituut tussen 2015 en 2022 als wetenschappelijk directeur. Sinds 2021 is hij wetenschappelijk directeur van het Resilient Delta Initiative, een interdisciplinair onderzoeksprogramma dat samen met sociale partners veerkrachtige oplossingen ontwikkelt in en voor het living lab Rotterdam. Van Timmeren streeft naar ‘een slimme stad’, volgens hem zowel een bittere noodzaak als een wetenschappelijke uitdaging. “De grote steden van de 21ste eeuw zullen intelligent zijn, of de volle impact voelen van klimaatverandering”, zei hij daar eerder over.

© Portret: Marcel Krijger | Illustratie/Montage: Ontwerpwerk

Hoe staat u daarin, professor van Timmeren?

Van Timmeren: “Ik kan me daar goed in vinden. Wat ik er aan zou willen toevoegen is een lerend vermogen. Dat heeft een elastiekje niet, maar een samenleving kan een herstelvermogen leren om met veranderingen om te gaan.”

Aboutaleb: “Niet alleen omgaan met verandering, maar ook omgaan met van buitenaf komend onverwacht en onvoorstelbaar onheil. De Amerikanen spreken over shocks and stresses. Dat zijn gebeurtenissen die plots op je afkomen, die de samenleving belasten en die tot veel ellende kunnen leiden. Dan is de vraag: kan de samenleving daarvan herstellen en haar oude vorm terugvinden?”

Op wat voor tijdschaal speelt die veerkracht van de samenleving?

Aboutaleb: “Dat hangt ervan af hoe diep de aangerichte schade is, en hoe breed de kloof. Hoeveel groeperingen zijn erbij betrokken en hoe diep is het meningsverschil? Hoe groter de kloof, hoe sneller je erbij moet zijn. Twee dagen na de aanval van Hamas in Israël had ik hier verschillende religieuze groeperingen aan tafel met een vertegenwoordiger van het ministerie van Binnenlandse Zaken en van de politie. Het ging in de eerste plaats om ons gevoel hier. Dat kunnen ze tegen elkaar uitspreken. En verder gaat het over het mobiliseren van hun achterban om het goede te doen. Rust. Kalmte. Solidariteit. Voor het herstel van de kloof heb je langere tijd nodig.”

Hoe ziet u dat, professor Van Timmeren?

Van Timmeren: “De burgemeester had het over schokken en stresses. Veel mensen denken dat de samenleving vooral reageert op schokken, zoals aanslagen. Maar veerkracht gaat ook over stresses. Mensen vergeten makkelijk dat veerkracht ook over geleidelijke processen kan gaan. Een voorbeeld betreft kansenongelijkheid. Mensen die minder kansen hebben in de samenleving worden door veranderingen vaak onevenredig hard geraakt, en daarmee neemt de ongelijkheid nog verder toe.”

Wat zou veerkracht voor burgers kunnen betekenen?

Aboutaleb: “Ik zeg: veerkracht, dat zíjn de burgers. Je kunt geen veerkracht organiseren als een koning zonder koninkrijk. Dat gaat het niet worden. Veerkracht wordt georganiseerd, vaak ook geïnitieerd, door bewoners die in hun eigen omgeving iets willen veranderen. Ik heb hier in Rotterdam-Zuid een wijk waar ik regelmatig werk. Als het even kan één keer in de week op vrijdagmiddag kom ik langs. Bewoners daar hebben gezegd: ‘We hebben hier heel brede stoepen. We kunnen heel lang wachten tot de gemeente hier iets komt doen. Maar we gaan die stoepen zelf alvast maar vergroenen.’ Het zijn kampioenen in het vergroenen van hun eigen wijk. De herstelkracht in de openbare ruimte komt van de bewoners zelf. Ze spreken me daarop aan. Eéns in de zoveel tijd laat de gemeente dan een vrachtwagen met plantjes komen en een vrachtwagen met aarde. Dan zetten we de straat af en zij gaan koffiezetten en broodjes smeren. Dan gaan we met elkaar tegels wippen en daar plantjes in de grond zetten. Dat fantastische initiatief is veerkracht vanuit de samenleving. De overheid – ik ben overheid – kan dat faciliteren, maar niet organiseren. Zonder gemotiveerde bewoners is het trekken aan een dood paard.”

Van Timmeren: “Leuk om te melden is dat wij dit samen met de gemeente Rotterdam hebben opgepikt, als TU Delft en als Erasmus Universiteit. We hebben een grootschalig onderzoeksvoorstel ingediend bij de Europese Unie met de titel Greening Without Borders. Dat is gebaseerd op zo’n vergroening, in dit geval van Oud-Mathenesse, die verder gaat dan alleen de publieke ruimte, en die bouwt aan het vergroten van betrokkenheid van de bewoners met de buitenruimte en met elkaar, en tegelijkertijd hittestress en wateroverlast verminderen.”

Veerkracht wordt georganiseerd door bewoners die in hun eigen omgeving iets willen veranderen, zegt burgemeester Aboutaleb.

© Iris van de Broek

‘Transities moet je ook financieel mogelijk maken’

Het beeld van veerkracht en burgers is daarmee neergezet. Nu de stad: hoe verandert veerkracht de stad?

Van Timmeren: “Het is goed dat burgemeester Aboutaleb begon over een elastiekje. Want vaak denken mensen dat veerkracht gaat over de versterking van weerstand tegen wateroverlast of hittestress. Maar dat is niet per se zo. Veerkracht heeft te maken met veel meer zaken, met aanpassingsvermogen, het omgaan met onvoorziene verandering. Dat aanpassen hoeft niet per se ruimtelijk consequenties te hebben, want eenzelfde gebouw of ruimte kan voor verschillende sociale of functionele programma’s dienen. Je kunt best buitendijkse gebieden ­gebruiken als je er maar rekening mee houdt dat ze af en toe onder water staan en daarop afgestemd worden.”

Aboutaleb: “Over water hebben wij goede dingen gedaan om de veerkracht van de stad te verbeteren. We hebben veel geïnvesteerd in opslagcapaciteit in de vorm van waterpleinen in het centrum, en in bassins onder parkeergarages.

We hebben nu zeven vergroeningsprojecten ter waarde van meer dan 300 miljoen euro. Het doel is om op het terrein van water interessante dingen te kunnen doen, maar ook om de hittestress in het centrum van de stad te verminderen. Daardoor krijgen we meer groene gebieden en neemt de aantrekkelijkheid van de stad toe. In die groene gebieden wil men graag ook wonen. Dus stimuleert het ook het woonprogramma in Rotterdam. Dat is een heel bijzonder fenomeen: dat je vanuit de resilience niet alleen maar een veiligere stad krijgt, maar ook een aantrekkelijkere stad om in te wonen.”

Van Timmeren: “En misschien nog wel het belangrijkste: de gezondheid. Samen met het Erasmus MC hebben we onderzoek gedaan naar de invloed van groen op de gezondheid. Want groen nodigt uit om erop uit te gaan en om meer te bewegen. Tegelijkertijd heeft groen ook psychologisch positieve effecten. Bovendien helpen bomen en planten de biodiversiteit en de lucht­kwaliteit te verbeteren.”

Convergentie
programma
Resilient Delta
70%
van de wereldbevolking woont in 2050 in een stad
> 2/3
van de grootste steden ter wereld ligt in een rivierdelta
4
onderzoeks­thema’s
onderzoeks­thema’s
(deltasysteem; stad; haven; methodologie
3
instituten
(TU Delft, Erasmus MC, Erasmus Universiteit Rotterdam)
182ste
Dies Natalis ‘Redesigning deltas’
vrijdag 12 januari 2024, 15.45 – 17.00 uur

Burgemeester Aboutaleb, u noemde de energietransitie in de haven als een voorbeeld van veerkracht. Van Pernis naar duurzaam. Hoe ziet u dat gebeuren?

Aboutaleb: “Dat zal ik uitleggen.” Hij pakt een papiertje en tekent er twee assen op: verticaal de hoeveelheid energie en horizontaal de tijd. Dan volgen twee exponentiële krommen, de een afnemend, de ander stijgend. Ze snijden elkaar ergens halverwege. “Veranderingen, zo heb ik geleerd door na te denken over dingen in het leven, verlopen altijd geleidelijk. Een roos ontvouwt zich geleidelijk. De fossiele energie zal geleidelijk afnemen, de groene energie neemt geleidelijk toe. Het enige waar wij als mensen invloed op hebben is de factor tijd. We kunnen de overgang versnellen door nu meer te investeren in renewables. Maar zulke veranderingen vergen nu eenmaal tijd. De politiek wil daar niet van horen.”

Van Timmeren: “Ik ga dat niet tegenspreken. Wat interessant is aan zo’n punt aan de horizon is dat je in de transitietijd op weg daar naartoe wel moet zorgen dat de som van fossiele en duurzame energie gelijk blijft of stijgt. En dat je voor de stad ook een andere waarde propositie probeert te vinden zodat duurzame energie niet alleen een substituut is.”

Aboutaleb: “Nee, zeker niet. Want er zit nog een andere factor aan vast. Namelijk die van de werkgelegenheid. Er werken in de haven 150 duizend mensen. Elke dag. En naarmate we de fossiele energie afschaffen, schaffen we ook de banen af. En naarmate we dít goed doen (hij wijst op de stijgende grafiek, red), creëren we ook banen. Dus er is alles aan gelegen om de som, precies wat je zegt, positief te doen lijken. Namelijk dat het aantal banen dat wij creëren meer is dan het aantal banen dat we afschaffen.

Dus draait het niet alleen om schoon en de Moeder Aarde dienen – er zit een keiharde economie aan vast. Energie, voedsel en water – als we dat goed blijven doen dan houden we onze positie in de top vijf. Maar daar moeten we wel een langetermijnfocus op hebben. En ik vrees eerlijk gezegd dat we die niet hebben.”

Van Timmeren: “Nou ja, daar komt die veerkracht dus naar voren. Op zowel korte als lange termijn. Die lange termijn is iets waar we als wetenschappers ook naar kijken binnen het samenwerkingsverband Convergentie, met alfa-, bèta- en gammawetenschappers van TU Delft, Erasmus Universiteit en Erasmus MC. Voor systemische veranderingen heb je gewoon die drie typen wetenschappers in transdisciplinaire samenwerking nodig om die complexiteit aan te kunnen.”

Aboutaleb: “Landen die over dit soort systemische veranderingen nadenken hebben een bijzondere minister: een minister van transitie. Dat is een minister met nul euro maar met de knapste koppen van het land en hij of zij organiseert dat de wetenschap als het ware toestroomt naar het epicentrum. Daar komt een plan uit waarvan het kabinet zegt: dat gaan we doen. Zoiets.”

Maar dan moet de minister van transitie wel steun krijgen van de kiezers. Hoe krijgt de minister de bevolking mee?

Aboutaleb: “Mensen moeten er niet op achteruit gaan. Dus als wij een wijk afsluiten van het gas en overstappen op stroom, dan moeten de bewoners voorzieningen krijgen om de keuken aan te passen. Als ze dat niet kunnen betalen krijgen ze daar 1.500 euro voor. Zo doen we dat in Rotterdam. Transities moet je ook financieel mogelijk maken. Ik heb gelukkig vijftien jaar de tijd gehad om daarover na te denken.”

De delta toekomstbestendig maken

Meer dan twee derde van ’s werelds grootste steden ligt in een rivierdelta. Steeds meer mensen wonen daar, ingeklemd tussen aanzwellende ­rivieren en een stijgende zeespiegel. Die ligging en de wereldwijde urbanisatie maken deltasteden extra kwetsbaar voor klimaatverandering. De overstroming van de Libische havenstad Derna afgelopen september is daarvan een dramatische illu­stratie. De vraag is dus hoe deltasteden, zoals Rotterdam, toekomst­bestendig te maken zijn. Het programma Redesigning Deltas van het inter­disciplinair Delta Urbanisme-onderzoek (faculteit Bouwkunde) ziet kansen omdat in de oudere steden veel vastgoed aan vervanging toe is, en omdat voor jongere steden vaak forse investeringen beschikbaar zijn. Maar hoe maak je die investeringen toekomstbestendig? Het Convergentie-partnerprogramma Resilient Delta, identificeert veerkracht (resilience) als kernkwaliteit van een toekomst­bestendig stedelijk ontwerp.

Resilience wordt vertaald als veerkracht, weerstandsvermogen of herstellingsvermogen. Het programma Resilient Delta van wetenschappelijk directeur Arjan van Timmeren zet Rotterdam in als proeftuin om oplossingen te vinden voor deltagebieden over de hele wereld. “We streven in deltagebieden naar oplossingen voor wereldwijde problemen”, zegt hij over deze missie. Naast aanpassingen aan zeespiegelstijging, klimaatverandering, energietransitie en de haven gaat het daarbij over sociale problemen zoals armoede en ongelijkheid, en over de aanpak van vervuiling van bodem, lucht en water. Resilient Deltas is een van de vijf onderzoeksthema’s van het samenwerkingsverband Convergentie. Daarbinnen ontwikkelen de TU Delft, de Erasmus Universiteit en het Erasmus Medisch Centrum oplos­singen voor urgente en complexe maatschappelijke problemen.

convergence.nl/resilient-delta