Windmaster
leidt op tot…

Tekst: Sija van den Beukel
De European Wind Energy Master (EWEM) leidt studenten van over de hele wereld op tot wind­energie-specialisten. “Windmolens zijn een ­opkomende technologie waarin nog veel te doen is de komende jaren. Dat maakt het uitdagend en motiverend om daar een steentje aan bij te dragen.”

Lees meer

Op een woensdagochtend verzamelen zich zo’n dertig studenten bij de faculteit Luchtvaart- en Ruimtevaart. Vanwege de weersvoorspelling heeft een aantal zich gisterenavond afgemeld voor een bootexcursie naar Windpark Fryslân in het IJsselmeer. “Slecht weer”, mopperen de aanwezige studenten. “Nee”, verbetert Douwe Velds, die als student-assistent het uitje organiseert. “Veel wind, dus ideaal voor vandaag.” Windmolenparken in (binnen)meren en op zee worden steeds populairder, omdat op land bijna alles al is volgebouwd. Landen die grenzen aan de Noordzee willen de capaciteit flink verhogen. In 2050 moet die zelfs vertienvoudigen naar 150 gigawatt aan windenergie. Daarmee zijn 200 miljoen Europese huishoudens te voorzien van groene stroom.

‘De industrie is wanhopig op zoek naar ingenieurs’

Om dat mogelijk te maken worden er steeds meer studenten opgeleid. Zij volgen een specialistisch masterprogramma aan vier universiteiten in Denemarken, Noorwegen, Duitsland en Nederland: de European Wind Energy Master (EWEM). De TU Delft is het coördinatiecentrum van deze specialistische master die dit jaar tien jaar bestaat. “Er waren al masters die generalistische windmoleningenieurs opleidden”, zegt de Delftse hoogleraar windenergie Carlos Simão Ferreira, coördinator van de master en mee met het uitstapje in Friesland. “Maar windmolens worden steeds complexer. Net zoals er geen luchtvaart-ingenieur is die alles doet, moeten we voor de windindustrie ook geen generalisten opleiden.”
Er zijn vier specialisaties. De twee grootste zijn offshore engineering: hoe plaats je windmolens in zee en rotor design: hoe ontwerp je de bladen zo dat ze het meeste wind vangen. Dan zijn er specialisten die zich richten op hoe de windmolens geplaatst zijn ten opzichte van elkaar: wind farms and atmospheric physics en hoe mechanische beweging wordt omgezet naar elektriciteit: electrical power systems.

Op excursie naar Windpark Fryslân.
De masterstudenten bouwen een windturbine op The Green Village.
Windpark Fryslân in aanbouw

Cees van Vledder, ook op de boot, is een van de twee studenten in zijn jaar die electrical power systems volgt. “Ik kwam van de bachelor technische natuurkunde in Delft en wilde van de theorie meer naar de techniek. Ook sprak het me erg aan om twee keer naar het buitenland te gaan en toch aan Delft verbonden te blijven. Windmolens zijn een opkomende technologie waarin nog veel te doen is de komende jaren. Dat maakt het heel uitdagend en motiverend om daar een steentje aan bij te dragen.”
De masterstudenten beginnen allemaal tegelijk in Denemarken. “Dat is belangrijk voor de groepsvorming”, vertelt Simão Ferreira. Later, in een videogesprek blikt alumnus Kuymayl Sarwar met veel plezier terug op die tijd. Hij startte in de eerste lichting van 2012. “We zaten allemaal op de campus van de Technical University of Denmark (DTU) in een soort containerwoningen. Iedereen was uit zijn comfortzone omdat we allemaal, op één Deen na, in het buitenland waren. Dat hielp enorm om elkaar te leren kennen.” Dat beaamt Van Vledder. “Iedereen wil naast het studeren het avontuur opzoeken. In de weekenden in Denemarken en Noorwegen was er genoeg animo om de bergen in te trekken met studiegenoten. Dat voegt veel toe aan de beleving van de studie, er is een wereld voor me opengegaan. Jammergenoeg zit je in Delft niet met zoveel met internationale studenten. Als Nederlandse student moet je dat contact zelf opzoeken.” Voor internationale studenten is de overgang naar Delft in het tweede semester even wennen, vertelt alumnus Stathis Tsigkris aan de telefoon. “Je moet je aanpassen aan een nieuw systeem, de werkdruk ligt hoger. Maar er is ook veel samenwerking tussen studenten. Ik was niet heel goed met MatLab en het niveau lag erg hoog. Medestudenten hebben me toen enorm geholpen om het te begrijpen.” De werklast is voor studenten die niet eerder in Delft studeerden inderdaad een uitdaging, erkent Simão Ferreira. “Maar we organiseren veel evenementen om onderlinge binding te bevorderen. en sponseren de studievereniging Aeolus om activiteiten te organiseren.”

Ambitieuze studenten

Het uitstapje naar Windmolenpark Fryslân is een van die activiteiten. Daar wordt snel duidelijk hoe bevlogen de studenten zijn: varend tussen de windturbines in het IJsselmeer gaat letterlijk elk gesprek over de kolossen, In een ideale wereld wordt die instelling voortgezet in het bedrijfsleven. Tsigkris: “In de industrie concurreer je vaak om een project binnen te slepen. Als alle windengineers informatie zouden delen en samenwerken zou dat de windindustrie een stuk sneller vooruithelpen.” Aan de ambitie van de studenten in EWEM ligt het niet.
Het grootste deel van de studenten studeert af in 24 maanden. Dat is voor een Delftse master eerder uitzondering dan regel. 95 procent van de studenten van EWEM vindt een baan in de windenergie. “De industrie is wanhopig op zoek naar ingenieurs”, zegt Simão Ferreira. Studenten van EWEM hebben een streepje voor bij werkgevers, merken alumni.  “De lichting van 2022 bestaat uit ruim dertig studenten. Kijkend naar deze trend voorzien we een verdubbeling in de komende vijf jaar”, zegt Simão Ferreira. Dat zal niet genoeg zijn voor de almaar groeiende windindustrie. “Ook internationaal worden nieuwe programma’s opgezet.” Terugkijkend is Sarwar blij met wat hij in de master leerde. “Door het vele verhuizen kom je uit je comfortzone en pas je je aan. Dat maakt de master niet alleen technisch uitdagend en een goede ingang tot de industrie, maar maakt ook dat je groeit als persoon.” Het is gaan regenen op de boot. Sommige studenten gaan benedendeks, maar de meesten zetten hun capuchon op en blijven buiten. De windmolens staan er onaangedaan bij. Die draaien stug door.

In de online cursus Aeroacoustics leer je aero-akoestische prestaties te voorspellen en te verifiëren en hoe je ruisonderdrukkings-technologieën kunt toepassen. Kijk voor alle online cursussen van de TU Delft op online-learning.tudelft.nl
4 universiteiten, 50 nationaliteiten

De European Wind Energy Master (EWEM) is een samenwerking tussen vier universiteiten: de Technische Universiteit Delft, de Technical University of Denmark (DTU), de Norwegian University of Science and Technology (NTNU) en de Carl von Ossietzky Universitat Oldenburg (UOL). De coördinatie van de master is in Delft, waardoor het aandeel Delftse studenten nog altijd het hoogst is: een kwart tot een derde van de jaarlijks dertig tot veertig studenten. De rest van de studenten komt van over de hele wereld. De afgelopen tien jaar namen studenten van meer dan vijftig verschillende natio­naliteiten deel aan de master.

Tekst: John Ekkelboom
Met alleen nieuwbouw lossen we het woningtekort niet op. We moeten creatief kijken naar de bestaande gebouwenvoorraad, vinden ze bij Bouwkunde. Het initiatief 1MHomes werkt aan een totaalvisie met ook aandacht voor klimaat en een groene leefomgeving.

De komende tien jaar moeten er in ons land een miljoen woningen bij komen. De bouw-productie dient te worden versneld tot 100 duizend huizen per jaar, staat in het regeer-akkoord.* Dat aantal is volgens Marja Elsinga, hoogleraar housing institutions & governance aan de TU Delft. het resultaat van de bouwlobby en arbitrair, omdat het is gebaseerd op modellen die aan een update toe zijn.

‘Focus niet op getallen
maar op kwaliteit’

“Uiteraard hebben we te maken met een fors woningtekort en is meer nieuwbouw cruciaal. Maar kijk eens naar de bestaande voorraad. In Nederland hebben we gemiddeld 65 vierkante meter woonruimte per persoon. We wonen heel ruim maar die ruimte is slecht verdeeld.Zo beschikken sommige ouderen  in hun eentje over 140 vierkante meter. Bouw daarom specifiek voor ouderen zodat zij kunnen doorstromen en er woningen vrijkomen voor gezinnen. Of splits huizen op in een boven- en beneden-woning. Verder moeten we beschikbare ruimte beter benutten. Denk aan verdichting en optoppen (een bouw-laag toevoegen – red.).”Elsinga is projectleider van 1MHomes. Binnen dit -initiatief, dat in 2019 startte, zoeken vakgebieden binnen de -faculteit Bouwkunde samen naar oplossingen voor de woningcrisis. De hoogleraar vindt deze wisselwerking een ‘verademing’. Ze spreekt van transdisciplinariteit waarbij wetenschappers de grenzen van hun vakgebied overgaan om tot vernieuwende inzichten te komen. “In ons land zijn we erg gespecialiseerd. Architecten, stedenbouwers en bouwtechnologen werken binnen hun eigen kolommen en volgen elkaars werk nauwelijks. Met 1MHomes proberen we die schotten te slechten.”

Experimenteren met betaalbare oplossingen

In het kader van de Nationale Wetenschapsagenda van NWO heeft 1MHomes samen met projectontwikkelaars, woningcorporaties, overheden, bewoners en de faculteiten Industrieel Ontwerpen en Techniek, Bestuur en Management het voorstel Dwelling Today – Living Tomorrow ingediend. Dit moet een toekomstvisie worden voor Nederland, zegt Elsinga. “De opgave is ingewikkeld vanwege veel regelgeving en compromissen. Bovendien gaat wonen ook over welzijn en een inclusieve en duurzame samenleving. Op basis van een toekomstvisie willen we met al die partijen experimenteren met betaalbare oplossingen in een grote proeftuin. In dit living lab kunnen we kijken wat er mis en wat er goed gaat.” Klakkeloos nieuwe woningen bijbouwen vindt Elsinga zeer onverstandig. Haar devies is niet te focussen op getallen maar op kwaliteit. Ze ziet in het land mooie initiatieven ontstaan.

PORTIEKFLATS OPTOPPEN IN GROENE OMGEVING

Team SUM (Symbiotic Urban Movement), een groep studenten van diverse faculteiten van de TU Delft, wil portiekflats optoppen en moderniseren. Een prototype van het concept doet mee aan de duurzame huizenbouw­competitiewedstrijd Solar Decathlon Europe 2022. Het idee is om de vele portiekflats in ons land te voorzien van houten prefab topmodules van een of meer lagen met zonnepanelen erboven. Naast de energieneutrale woon­eenheden komen er gemeenschappelijke ruimtes en een aanbouw met installaties en lift. Nikki de Zeeuw van SUM vertelt dat er per portiekflat 30 tot 50 procent aan woonruimte te winnen valt. “Bovendien zetten we de bewoners centraal. We denken aan een groene omgeving en meer sociale cohesie. Ons uitgangspunt is dat iedereen moet kunnen wonen en vooral fijn kan wonen.” De Zeeuw denkt dat de plannen haalbaar zijn. “De bouw en de politiek kijken altijd direct naar de goedkoopste oplossing. Dat is sloop en nieuwbouw. Denk je in termijnen van bijvoorbeeld dertig jaar, dan is ons project ineens veel voordeliger.”

Verplaatsbare prefab

Zoals het concept Uuthuuske van The New Makers uit Ridderkerk. Uuthuuske is een verplaatsbare circulaire en biobased prefab woning met een hoogwaardige architectonische uitstraling. Algemeen en technisch directeur Pieter Stoutjedijk, Delfts alumnus in architectuur en bouwtechniek, vertelt dat zijn bedrijf woningen van hoge kwaliteit realiseert op tijdelijk beschikbare locaties. “In veel gemeenten zijn braakliggende gebieden waarvoor een bestemmingsplan in de maak is. Het duurt vaak jaren voordat daadwerkelijk gebouwd gaat worden. Met een flitsvergunning is het mogelijk onze woningen snel te plaatsen. In de toekomst kun je de woning weer naar een andere locatie verhuizen.” The New Makers richt zich op starters, spoedzoekers en senioren die graag kleiner willen wonen. De meest compacte Uuthuuske-woning is 40 vierkante meter en de grootste 90 vierkante meter. Stoutjedijk: “Dit zijn vrijstaande woningen waarvan er al zo’n twintig zijn gerealiseerd. We zijn ook bezig met schakel en stapelbare woningen. Deze varianten zijn eveneens van hout en volledig te demonteren. Verder onderhandelen we met partijen die voor ons een hypotheekproduct ontwikkelen specifiek voor onze woningen. Bij een hypotheek gaat het om vastgoed terwijl wij in feite losgoed leveren. Daardoor krijgen particulieren momenteel geen hypotheek voor onze woningen.”

Starters en statushouders

Een ander mooi voorbeeld vindt Elsinga het jongerenproject SET in het Amsterdamse IJburg, dat vorig jaar de VPRO Woonpioniers verkiezing heeft gewonnen. Hier is volgens haar sprake van transdisciplinariteit. Corporatie Alliantie ontwikkelde dit tijdelijke gebouw voor 180 bewoners samen met SVP Architectuur en Stedenbouw. Alumnus stedenbouwkunde Maartje Luisman, en partner bij SVP, noemt het een bijzonder en complex project. “De locatie was een trapveldje in een bestaande woonwijk. De gemeente stelde deze kavel ter beschikking voor tijdelijke woningbouw voor starters en statushouders. Door beide groepen te mengen vinden statushouders gemakkelijker hun weg en bouwen ze sneller een sociaal netwerk. We hebben ervoor gezorgd dat het ontwerp van het gebouw en de inrichting van de buitenruimte daaraan zullen bijdragen.”

Buurtparticipatie

SVP heeft de buurtbewoners van tevoren betrokken via een participatietraject. Zij vonden het belangrijk om groen te behouden. Daarom koos het architectenbureau ervoor de modulaire eenheden in een L-vorm te laten stapelen zodat tussen het gebouw en de bestaande buurt een park kon komen. Om het een speelser karakter te geven, zijn de modules getrapt geplaatst en is de buitenzijde van het complex voorzien van een speciaal ontworpen staal-houten gevel. Luisman voorspelt dat bewoners en buurtbewoners niet meer willen dat het gebouw ooit wordt afgebroken. “Het is niet alleen mooi maar bevordert ook de saamhorigheid. Iedere verdieping heeft een collectieve ruimte en gemeenschappelijke voorzieningen. Beneden is een huiskamer waar bewoners van het blok en de buurt elkaar kunnen ontmoeten. Bij dit project gaat het dus niet alleen om het bouwen van woningen. Het draagt ook bij aan het oplossen van een maatschappelijke opgave.”

DOOR STUDENTEN VOOR STUDENTEN

De woningnood onder studenten is groot. De Delftse Stichting Herontwikkeling tot Studentenhuisvesting (SHS) probeert leegstaande gebouwen geschikt te maken voor studentenhuisvesting. De meeste bestuursleden zijn bouwkunde­studenten die een tussenjaar nemen om zich specifiek voor dit doel in te zetten. Inmiddels zijn drie voormalige zorggebouwen getransformeerd. Die bieden ­gezamenlijk onderdak aan 420 studenten. Volgens Joost van Iersel, bouwkundestudent en SHS-voorzitter, staat de stichting voor een nieuwe bijzondere opgave. “De vorige panden waren al ingericht als slaap- en verblijfsruimten. Nu hebben we in Rijswijk drie leegstaande kantoorpanden in dezelfde straat op het oog. Het is een grotere uitdaging om deze geschikt te maken voor studentenhuisvesting.” Van Iersel benadrukt dat ieder project een tijdelijk karakter heeft. “Voordeel is dat je ze daardoor veel sneller kunt realiseren. Anders duurt het jaren. En als een termijn afloopt, dan kijken we samen met de gemeente en investeerders naar een vervolg.”

*Op 11 maart 2022 presenteerde minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Hugo de Jonge de Nationale Woon- en Bouwagenda en het programma Woningbouw. Hierin staat dat er in de periode tot 2030 bijna 900 duizend nieuwe huizen moeten worden gebouwd. Hiervoor komt 2 miljard euro beschikbaar.

In de online cursus Inclusive and Sustainable Cities leer je hoe stedelijke uitdagingen aan te pakken en hoe je adequate huisvesting en inclusieve woon-omgevingen kunt ontwikkelen voor duurzame stedelijke ontwikkeling. Kijk voor alle online cursussen van de TU Delft op online-learning.tudelft.nl.

Video
Share

Your name

Your e-mail

Name receiver

E-mail address receiver

Your message

Send

Share

E-mail

Facebook

Twitter

LinkedIn

WhatsApp

Contact

Send

Sign up

Sign up