© Montage: Ontwerpwerk Foto: Getty Images

De lijst met risico’s van AI-technologie is lang en gevarieerd: van discriminatie en gebrek aan transparantie tot de vraag wie verantwoordelijk is. Maar zonder risico’s kun je niet innoveren. Hoe gaan we daarmee om? Een discussie tussen TU hoogleraar Inald Lagendijk en WRR-onderzoeker en jurist Monique Steijns.

Tekst Bennie Mols

Wat gebruiken jullie zelf aan AI-toepassingen en zijn jullie je daarbij bewust van risico’s?

Steijns: “Ik gebruik het aanbevelings-systeem van streamingsdiensten. Verder heb ik nog niet zo lang geleden mijn rijbewijs gehaald, en nu is Google Maps veel aanwezig in de auto. Afgelopen zomer stuurde Google Maps me via een kleine weg om een file heen, en met mij nog een boel andere auto’s. Wat zouden de mensen die aan dat weggetje wonen daarvan vinden, dacht ik. Ook gebruik ik Google Translate veel, vooral om voor mijn familie te verbergen dat mijn Frans niet zo goed is. Daarbij vraag ik me wel af in hoeverre Google woorden met een bepaalde lading juist wel of juist niet gebruikt en hoe dat de vertaling beïnvloedt. In de categorie onbedoelde neveneffecten had ik twee jaar geleden een ervaring met de foto-app van mijn iPhone. Terwijl ik bij een gezellig etentje zat, besloot de automatische terugbliktoepassing me ineens foto’s te laten zien van de recente begrafenis van mijn vader. Dat vond ik pijnlijk.”
Lagendijk: “Ik gebruik zo’n beetje dezelfde verzameling AI-toepassingen. Bij aanbevelingssystemen ben ik me bewust van het filterbubbel-effect en probeer ik af en toe bewust buiten die bubbel te kijken.

‘Ik vind dat er nu wel erg veel aandacht is voor de negatieve kanten, terwijl AI zoveel voor­delen kan bieden’

 

Verder gebruik ik regelmatig de automatische omzetting van spraak naar tekst. Wat ik ronduit vervelend vind, zijn op maat gesneden reclames van dingen die ik net heb besteld, en die je dan nog wekenlang te zien krijgt. Maar we hebben het nu over persoonlijk gebruik van AI. Wat veel mensen zich niet realiseren, is dat 80 tot 90 procent van de AI-systemen hun werk op de achtergrond doet van belangrijke diensten die wij allemaal gebruiken. Denk aan het optimaliseren van het energienet of logistieke ketens.”

Monique Steijns is jurist en als wetenschappelijk medewerker van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) betrokken bij het project Artificiële Intelligentie en publieke waarden. In 2021 publiceerde zij het WRR-Working Paper ‘AI van repliek gediend? Een verkenning van tegenmacht vanuit maatschappelijke organisaties’. Steijns maakt deel uit van de begeleidingscommissie Mensgerichte AI/ ELSA LABS en is tevens voorzitter van het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten.

Professor Inald Lagendijk is hoogleraar computing-based society aan de TU Delft. Hij stond aan de basis van de Nederlandse AI Coalitie NL AIC, en is onder andere bestuurslid van het nationale AiNed programma en CTO van het nationale innovatie topteam Dutch Digital Delta.

Zijn er wat jullie betreft domeinen waar AI a priori niet gebruikt mag worden omdat de risico’s daar te groot zijn?

Lagendijk: “Ik denk niet dat je a priori domeinen moet uitsluiten van AI, maar dat je het per geval moet bekijken. Is het nodig? Waar ik moeite mee heb: tegenwoordig lijkt alles AI te moeten bevatten. Waarom? Wat biedt het extra? AI brengt nieuwe problemen met zich mee, zoals betrouwbaarheid en reproduceerbaarheid. Het gesprek daarover ontbreekt vaak. Het vergroten van de betrouwbaarheid zie ik als een van de belangrijkste AI-uitdagingen voor de komende jaren.”
Steijns: “Het belangrijkste vind ik dat we de randvoorwaarden goed gaan formuleren. Ik maak me zorgen over kwetsbare groepen in de samenleving. Vaak is juist van deze mensen veel data verzameld, bijvoorbeeld omdat zij gebruikmaken van sociale voorzieningen. We hebben inmiddels gezien dat ze nadelig geraakt kunnen worden door de toepassing van AI-systemen. Dat is zorgelijk. Dus ik denk dat de vraag inderdaad is of we AI in bepaalde domeinen moeten willen gebruiken.”
Lagendijk: “In de afgelopen tien jaar was de AI-ontwikkeling sterk technologie gedreven: het  kan, dus we doen het. Daar zit iets tussen, en dat hebben we nog niet goed geregeld. Ik ben een groot voorstander van het bij elkaar brengen van de sociale en de technologische kant. Aan de TU Delft proberen we technische AI-specialisten op te leiden met het nadenken over maatschappelijke en -ethische aspecten. Het omgekeerde zou ook moeten gebeuren: sociale en  geesteswetenschappers laten leren over AI-technologie.”

Steijns: “Hier aan tafel voeren wij dit gesprek nu wel, maar ik vind dat dit soort gesprekken maatschappijbreed nog veel te weinig plaatsvindt. Het is heel belangrijk om mensen met verschillende achtergronden aan tafel te hebben: niet alleen AI-technici, maar ook juristen, ethici, burger- en maatschappelijke organisaties. AI-ontwikkeling moet niet in een koker plaatsvinden.”

Wat is AI?
AI staat voor het Engelse Artificial Intelligence, in het Nederlands vertaald als artificiële of kunstmatige intelligentie. Als wetenschap is AI het bestuderen van machines die dingen doen die -intelligentie vereisen wanneer mensen ze zouden doen. Dat is een handige definitie die de moeilijke, filosofische vraag wat  intelligentie is bewust uit de weg gaat. Tot het wetenschappelijke vakgebied AI behoren vaardigheden als plannen, redeneren, informatie zoeken, kennisrepresentatie, taalverwerking, beeldherkenning en leren. Vooral in dat laatste aspect, leren, is AI het afgelopen decennium steeds beter geworden. Daarnaast heeft de wetenschap van de AI altijd als doel gehad om menselijke intelligentie beter te begrijpen. Het idee is dat we iets pas echt begrijpen wanneer we het ook kunnen nabouwen. Als technologie bouwt AI machines die kunnen waarnemen, denken en handelen. Inmiddels wordt AI gezien als een algemeen toepasbare technologie die vrijwel elke economische en maatschappelijke sector verandert, die toegepast wordt door bedrijven en overheden, en die door burgers, consumenten en wetenschappers volop wordt gebruikt.

‘Mensen­rechten moeten voorop staan. Binnen dat kader kun je innoveren’

Lagendijk: “Maar dat gesprek is niet eenvoudig. Zo staat er in de Europese AI Act dat biometrische AI-toepassingen niet gebruikt mogen worden wanneer ze een disproportioneel effect hebben. Wat bedoelen we dan met ‘disproportioneel effect’? Mag ik in mijn kleine winkel een camera ophangen omdat ik tienmaal per jaar beroofd word? Mogen we camera’s op stations ophangen? Wat er in die AI Act staat is alleen maar het begin van een gesprek, niet het eind, terwijl het soms wel zo wordt gepresenteerd.”

Monique, jij hebt voor de WRR onderzoek gedaan naar hoe maatschappelijke organisaties in Nederland AI-ontwikkelingen kunnen beïnvloeden via wat jij ‘tegenmacht’ noemt. Wat is dat?

Steijns: “Mijn inspiratie vond ik in recente Amerikaanse ontwikkelingen. In bepaalde staten is in de afgelopen jaren gezichtsherkenning verboden. Dat gebeurde onder druk van sociale rechtvaardigheidsorganisaties. In kleinere verbanden zijn bewoners bijvoorbeeld in opstand gekomen tegen het gebruik van automatische camerasystemen in hun flatgebouwen. Ik vroeg me af wat er in Nederland gebeurt. Daarvoor heb ik drie clusters bekeken: verzet en protest, zoals in de Amerikaanse voorbeelden; meebewegen en meedenken, zoals we bijvoorbeeld in de begindagen van het internet zagen; en tenslotte confronteren en controleren. Alle drie de clusters zijn vormen van tegenmacht.”

En welke conclusies heb je uit je onderzoek getrokken?

Steijns: “Er is in Nederland slechts een beetje sprake van tegenmacht. Het zit in een prille fase. Bovendien is er een groot verschil tussen de verschillende maatschappelijke organisaties. De meer traditionele organisaties, zoals vakbonden, hebben AI bijna niet op hun netvlies staan. Bij mensenrechtenorganisaties al veel meer. Organisaties die gespecialiseerd zijn in het digitale domein, hebben er zeker oog voor, maar hebben de neiging om op zichzelf te opereren. Om betere tegenmacht te organiseren, zouden organisaties meer moeten samenwerken. Wat bijvoorbeeld Bits of Freedom weet, zou heel nuttig zijn voor de traditionele organisaties, want die hebben geen capaciteit en geld om zich in AI te verdiepen.”

Inald, hoe kijk jij naar die tegenmacht?

Lagendijk: “Ik heb moeite met de term ‘tegenmacht’. Dat roept bij mij een beeld op van ‘nee’ zeggen in plaats van het zoeken naar samenwerking. Ik zou maatschappelijke partijen graag willen laten meedenken. Hoe kan AI nuttig voor ze zijn?”
Steijns: “Ik doel met de term tegenmacht niet op het feitelijk ‘ergens tegen zijn’, maar op het systeem dat in de samenleving zorgt voor checks and balances. Dat kan onder meer bestaan uit het controleren en confronteren van degene die de macht ergens over heeft, maar ook uit richting geven en meedenken.”

Monique, in het WRR-onderzoek heb je ook een vergelijking getrokken tussen de ontwikkeling van het internet en die van AI. Wat kunnen we daaruit leren?

Steijns: “Bij de opkomst van het publieke internet in de jaren negentig zag je in eerste instantie veel meedenken en bijsturen vanuit maatschappelijke organisaties. Dat toe-eigenen van de technologie mis ik bij AI. Ik denk dat dat komt door de tech-industrie. Hun AI-toepassingen zijn weinig toegankelijk.”
Lagendijk: “Bij het internet was De Digitale Stad van onder anderen Marleen Stikker er inderdaad vlot bij. Nu bewegen de techgiganten heel snel.” [De Digitale Stad (1994), een initiatief van ‘internetpionier’ Marleen Stikker streefde naar een laagdrempelig internet met toegang voor iedereen. In Amsterdam kwamen er publieke terminals waarmee iedereen het net op kon, red.]
Steijns: “De eerste deelnemers van het internet waren zowel gebruikers als producenten van de technologie. Nu wordt AI vooral door grote bedrijven ontwikkeld. Ook de data zijn vooral in hun handen. Dan is het lastig om AI mede vorm te geven vanuit maatschappelijke organisaties. Toch is dat een van mijn aanbevelingen: zorg dat je relevante organisaties al in het beginstadium betrekt bij de ontwikkeling. Dan hadden we misschien zo’n gerechtelijke uitspraak als die tegen het invoeren van het Systeem Risico Indicatie (SyRI) kunnen voorkomen.” [zie kader, red.]

Mondai, House of AI

Deze zomer opende Mondai zijn deuren, een laagdrempelige ontmoetingsplek op de campus voor wetenschappers, professionals, alumni, studenten en geïnteresseerd publiek. Wetenschap, onderwijs en innovatie komen hier samen aan de hand van een programmering van lezingen, workshops, hackatons en andere evenementen. Ook vindt hier samenwerking plaats tussen TU Delft, Erasmus Universiteit Rotterdam, Erasmus MC, Universiteit Leiden en LUMC. Meer info over dit ‘House of AI’ en de agenda met activiteiten staat op mondai.nl.

Hoe moeten we omgaan met het spanningsveld tussen aan de ene kant innoveren – en dus het nemen van risico’s – en anderzijds juist het beperken van mogelijke negatieve gevolgen van AI, en dus het beperken van risico’s?

Lagendijk: “De medische wereld werkt met degelijke procedures voor medicijn- en behandelingontwikkeling. Dat zouden we voor AI ook kunnen doen. Er zijn zoveel sectoren waar geëxperimenteerd moet worden: de auto-industrie, de voedingsindustrie, het onderwijs… Natuurlijk moet je die experimenten niet zomaar de maatschappij in gooien. Laten we gecontroleerde experimenten doen. Maar we moeten wel experimenteren en innoveren!”

‘Nederland was zo’n beetje het laatste land met een nationale AI-strategie’


Steijns:
“Goede controle is wat mij betreft dat fundamentele rechten voorop staan. Vaak worden echter de randen opgezocht, met het gevaar er makkelijk overheen te gaan. Doe het dan gewoon niet. Mensenrechten moeten voorop staan. Binnen dat kader kun je innoveren.

Bedrijven en overheden gaan soms systemen gebruiken waarvan ze nog helemaal niet goed weten hoe deze werken en welke gevolgen ze hebben. Vinden we het oké dat verzekeraars AI toepassen om premies te verhogen of mensen uit te sluiten? Bij de ontwikkeling van de sociale media in de afgelopen vijftien jaar hebben we dat gesprek onvoldoende gevoerd, en kijk waar we nu zijn beland met desinformatie en filterbubbels.”
Lagendijk: “Traditioneel is Nederland best goed in het bij elkaar brengen van de engineering en het sociale domein, je ziet dat bijvoorbeeld in de nationale AI-onderzoeksagenda terugkomen. Maar we zijn erg traag in het doorpakken. Nederland was zo’n beetje het laatste land met een nationale AI-strategie. Het gesprek dat wij nu voeren, wordt in de politiek slechts flinterdun gevoerd.”
Steijns: “Het probleem is dat er in ons parlement heel weinig kennis over AI is. Bij de WRR hebben we diverse rapporten over digitalisering en over AI gepubliceerd, met aanbevelingen voor de politiek.

Het is mijn indruk dat de politiek op dit soort aanbevelingen reageert met het uitzetten van weer een nieuw onderzoek. Beslissingen worden vooruit geschoven.”
Lagendijk: “We kunnen een voorbeeld nemen aan Duitsland. Daar is AI chefsache.”

Tot slot, wat vinden jullie van de publieke perceptie van AI op dit moment?

Lagendijk: “AI is een systeemtechnologie die veel economische en maatschappelijke processen raakt, zowel in positieve als negatieve zin. Ik vind dat er nu wel erg veel aandacht is voor de negatieve kanten, terwijl AI zoveel voordelen kan bieden. Ja, er zijn problemen, maar laten we ze wel in proporties zien.”
Steijns: “Ik vind het juist goed dat we geen laat-maar-gaan-houding bij AI hebben en dat we het nu veel hebben over de risico’s. Juist het uitvergroten brengt de noodzakelijke discussie op gang.”

Meer lezen?

Het wordt heet onder onze voeten en nat

Mochten de huidige middelen om klimaatverandering af te remmen falen, is climate engineering dan de oplossing? Eurocommissaris Frans Timmersmans sprak met wolkenprofessor Herman Russchenberg, die meer aandacht wil voor onderzoek naar technieken om de aarde af te koelen.

Tekst Jos Wassink

Hoe kijkt u terug op de klimaattop COP26?

Russchenberg “Er zijn veel goede dingen bereikt. Er zijn afspraken gemaakt over methaan en de afbouw van steenkool en over fondsen voor de ontwikkelende wereld. De vraag is of het goed genoeg is. Want de grootste uitdaging rondom klimaatverandering zit bij de opkomende wereld. Hoe krijgen we Afrika en Zuid-Amerika op ons niveau van welvaart, want daar willen ze naartoe, maar zonder de uitstoot van schadelijke stoffen? Ik zag onvoldoende terug hoe ze dat voor elkaar willen krijgen.”
Timmermans “Kern van het probleem is dat de landen die nu al het meeste lijden onder de klimaatcrisis, het minste bijdragen aan de uitstoot. Die landen zeggen terecht: ‘wij hebben bijna geen uitstoot. Wel gaan de oogsten mis, hebben we sprinkhanenplagen, duurt de moesson twee maanden, en hebben we in plaats van een hurricane season nu het hele jaar door tornado’s. Wat doen jullie daaraan?’ De geïndustrialiseerde wereld realiseert zich dat als je die landen op die punten niet tegemoetkomt, zij ook niet zullen meewerken aan een duurzame energieopzet. Dat gezegd hebbende, geen enkele vorm van klimaatadaptatie, dus het je aanpassen aan de klimaatverandering, zal voldoende zijn als we niet ook voldoende doen aan klimaatmitigatie – het terugbrengen van de uitstoot van broeikasgassen. Daar moeten we de G20-landen op aanspreken, want die zijn verantwoordelijk voor 80 procent van de uitstoot.”

Is er concreet iets afgesproken over tegemoetkoming aan zich ontwikkelende landen?

Timmermans “Indertijd is beloofd dat er 100 miljard dollar per jaar beschikbaar zou zijn om de minst ontwikkelde landen te ondersteunen bij de reductie van uitstoot en de aanpassing aan klimaatverandering. De donoren hebben die 100 miljard nog niet bij elkaar. En waar geef je dat geld aan uit? Ontwikkelingslanden willen inzetten op adaptatie. Dat willen wij Europeanen ook. Die ontwikkeling wordt nu schoorvoetend gesteund door de Amerikanen en door andere rijke landen. Dat vraagstuk moeten we voor de volgende COP in Egypte concreter invullen.”

Doelstelling van de Green Deal is 55 procent reductie ten opzichte van 1990 in 2030 en klimaatneutraal in 2050. Zullen we dat halen?

Timmermans “Het kan. Aan een technische universiteit hoef ik niet uit te leggen dat sommige ontwikkelingen veel sneller gaan dan we dachten. Andere
gaan juist moeizamer. We hebben alles stevig doorgerekend bij de Europese Commissie. Maar het kan alleen als we het integraal aanpakken en op alle terreinen dezelfde voortgang boeken. Dus met de energietransitie, het reduceren van het energiegebruik van woningen, bij het elektrificeren van ons transportsysteem. Het is alomvattend.”

‘Ik heb er nog steeds vertrouwen in dat we de doelstellingen gaan halen’

 

Professor Russchenberg, gelooft u dat de wereldgemeenschap de doelstellingen zal halen?

Russchenberg “Het kan, maar er zijn veel beren op de weg. Wil je nul uitstoot in 2050, dan heb je negatieve emissies nodig waarmee je CO2 uit de lucht kunt verwijderen. Voor een deel is die technologie er nog niet. We moeten daarom sowieso inzetten op heel sterke reductie van de uitstoot want dat scheelt later weer in hoeveel je uit de lucht moet halen. Maar nogmaals, de technologie daarvoor moeten we nog ontwikkelen. Ga maar na. Afvang en opslag van CO2 kan wel, maar is te duur. Bossen zijn belangrijk, maar ze groeien te langzaam. Technologische oplossingen zoals filters in schoorstenen die CO2 uit de lucht halen, zijn nog kleinschalig. Er moet veel werk verricht worden, juist aan de ontwikkeling van nieuwe technieken.”

De TRUTHS-missie van ESA zal ongekend nauwkeurige metingen leveren van inkomende zonnestraling en van straling die door de aarde wordt teruggekaatst naar de ruimte. Daarmee kunnen meetgegevens van andere satellieten gekalibreerd worden.

Kan emissiehandel daar een rol in spelen? De prijs was lang heel laag. 

Timmermans “Emissiehandel speelt zeker een grote rol. Ik had niet zo lang geleden een gesprek met Bill Gates. Hij heeft geïnvesteerd in een Amerikaans bedrijf dat ‘direct air capture’ doet – direct uit de lucht halen van CO2. Gates zei: voor ons wordt het commercieel interessant als de CO2-prijs rond de 100 dollar komt. Dat was eind 2021 bijna het geval. Die marktwerking is belangrijk, zeker als de technologie voortschrijdt.”

Russchenberg “Te  vaak wordt gezegd: de technologie komt ons straks wel redden. Maar dat gaat niet vanzelf. De te maken innovatieslag tussen nu en 2050 is enorm.”

Kernenergie is een technologie die ons een beetje kan helpen. Hoe ziet u de rol van kernenergie in de energiemix richting 2050?

Timmermans “Kernenergie zal een rol spelen. Ik wil er rationeel en niet religieus mee omgaan – dat zeg ik al sinds de jaren tachtig. Je kunt je afvragen of kernenergie nog nodig is, nu hernieuwbare energie goedkoop is, en zich een exponentiële daling heeft ingezet in de prijs van zonnestroom. Het moet kosteneffectief zijn. Er is een afvalprobleem en de aanlooptijd is lang. De vraag is of je zo veel maatschappelijke middelen in een oplossing moet stoppen die uiteindelijk niet duurzaam is. Ik weet dat de Nederlandse regering plannen heeft om kerncentrales te laten bouwen. Dat moet je goed uitrekenen.”

Hoe ziet u dat, professor Russchenberg?

Russchenberg “Ik ben geen tegenstander van kernenergie,  wel tegenstander van kernenergiedrammers. Die zijn er nu opeens heel veel. Ik vind dat kernenergie een goede rol kan spelen in de mix, maar meer ook niet. Zeggen dat kernenergie de oplossing is en dat we zon en wind moeten vergeten, zou heel fout zijn.”

Schepen die zeewater in de lucht vernevelen zou een manier kunnen zijn om de weerkaatsing van zonlicht te versterken. Het voorstel is afkomstig van het Marine Brightening Project van professor Robert Wood (Universiteit van Washington)

Wat zijn de mogelijkheden als klimaatverandering doorzet?

Russchenberg “Ik beperk me tot technieken die het zonlicht weerkaatsen. Je kunt wolken -manipuleren  door stofdeeltjes, aerosolen, in de stratosfeer aan te brengen. Die werken als reflector, waardoor de aarde afkoelt. Dat is een soort noodrem voor het geval dat de aarde te warm wordt.”

Speelt die discussie over klimaataanpak ook in de fora waarin u zich beweegt?

Timmermans “Zeker. We weten dat we alles nodig zullen hebben om onze doel-stellingen te halen, we kunnen niets in de gereedschapskist laten liggen. Dus ook climate engineering speelt een rol. Het klimaatbeleid zoals wij dat willen voeren, is gebaseerd op het voorzorgsbeginsel: als je technieken toepast, moet je een redelijke inschatting kunnen maken van de risico’s voor de planeet en het klimaat. Op het gebied van climate engineering hebben we daarbij ingenieurs hard nodig, want je gaat prutsen aan klimaatsystemen.”

Russchenberg “Ik heb een grote zorg. Stel,  het is 2050.  Het is te warm, mensen pikken het niet meer en eisen dat er iets gedaan wordt. Als we dan climate engineering nodig hebben en er geen onderzoek naar hebben gedaan, zijn we te laat. Het onderzoek heeft twintig tot dertig jaar nodig, dus daar moeten we nu echt mee beginnen. Ik vind dat climate engineering onderdeel moet zijn van het complete klimaatbeleid want mocht het nodig zijn, moeten we klaar staan om het te kunnen toepassen. Een beetje zoals een brandweerauto die je het liefst nooit wilt gebruiken, maar wel graag op de hoek van de straat hebt staan.”

Timmermans “Daarom investeren wij er ook in. Wij geven via Horizon Europe en Horizon 2020 ondersteuning voor onderzoek naar dit soort projecten.

Green deal
De Europese Green Deal is een initiatief van de Europese Commissie dat in juli 2021 in werking trad. Het doel is om Europa tot 2050 om te vormen tot het eerste klimaatneutrale continent. Tegenover klimaatverandering en aan–tasting van het milieu zet de Europese Commissie een reeks aanpassingen van het klimaat-, energie-, vervoers- en belastingbeleid die het mogelijk moeten maken om in 2030 netto 55 procent minder broeikas-gassen uit te stoten dan in 1990. En dat is slechts een tussenstap. In 2050 moet de netto uitstoot van broeikasgassen in Europa tot nul zijn terug-gebracht, en gaat de economische groei niet langer gepaard met uitputting van grondstoffen. De Green Deal is dus veel breder dan hernieuwbare energie en energietransitie.

Zo stelde de Commissie eind 2021 nieuwe regels voor om de door de EU veroorzaakte ontbossing te beteugelen. En nieuwe regels om de overbrenging van afvalstoffen binnen de EU te vergemakkelijken om de circulaire economie te bevorderen en de uitvoer van illegaal afval naar landen buiten Europa aan te pakken. Ook presenteerde de Commissie een nieuwe bodemstrategie om tegen 2050 alle Europese bodems te herstellen, veerkrachtig te maken en adequaat te beschermen. De Green Deal beoogt een duurzamere herstart van de economie na de coronacrisis. Een derde van de 1,8 biljoen (duizend miljard) euro van het Europese herstelplan NextGenerationEU vloeit via de Green Deal.

Wanneer breekt het punt aan dat we moeten nadenken over de inzet van klimaataanpak?

Russchenberg “Mijn zorg is dat we straks te veel weersextremen krijgen. Idealiter heb je de inzet van climate engineering niet nodig, maar ik verwacht dat we het zullen toepassen als het te laat is. Dat we ons te weinig voorbereiden op het inzetten van die technologie.”

Zijn er doseerbare en -omkeerbare technieken? 

De heer Timmermans noemde net de onomkeerbaarheid van de ingrepen. Er is een heel scala aan verschillende technieken.
Russchenberg “Neem wolkenmanipulatie. Je kunt een wolk veranderen. Het duurt twee weken voordat je de effecten ziet. Stop je ermee, dan is het twee weken later weer weg. Bij stratosferische aerosolen houdt het effect een jaar aan. Als je stopt met injecteren is het een jaar later weer weg. Een jaar is te overzien.”

‘De vraag is of je zo veel maat­­­schap­pelijke mid­­delen in een oplossing moet stoppen die uiteindelijk niet duurzaam is’

 

Is het mogelijk dat we onszelf per ongeluk in een ijstijd storten?

Russchenberg “Nee, de Elfsteden-tocht krijgen we er niet mee terug.”
Timmermans “Ik hamer op dat voorzorgsbeginsel. Hoe meer ik erover lees, hoe meer ik besef dat alle systemen met elkaar samenhangen. En dat het evenwicht heel precair is. We zijn nu evenwichten aan het verstoren, en dat heeft een veel grotere invloed op onze leefomgeving dan we altijd hebben gedacht. Daarom vind ik dat, als je met dit soort technieken werkt, je in elk geval met heel veel modellen en onderzoek moet aantonen dat je níet het risico loopt dat precaire evenwichten permanent uit balans raken.”
Russchenberg “Het onderwerp heeft jarenlang in de taboehoek gezeten. Daar moet het vandaan. Je moet onderzoek gaan doen, want die kennis hebben we nodig om de risico’s te kunnen inschatten.”

Eredoctoraat

“Ik heb eerder eredoctoraten ontvangen”, aldus Timmermans, “maar nooit was er zo’n gedoe over.” Terwijl Timmermans op 14 januari 2022 via de luchtbrug vanuit het gebouw van Technische Natuurkunde de Aula van de TU Delft binnenging, stonden tractoren voor de hoofdingang. Boze boeren hadden zich verenigd met klimaatontkenners en politieke tegenstanders in hun protest tegen het eredoctoraat dat de TU Delft had aangekondigd uit te reiken tijdens de 180ste Diesviering. Een petitie tegen het eredoctoraat werd ruim 23 duizend keer ondertekend.

© Portret: Sam Rentmeester

Video
Share

Your name

Your e-mail

Name receiver

E-mail address receiver

Your message

Send

Share

E-mail

Facebook

Twitter

LinkedIn

WhatsApp

Contact

Send

Sign up

Sign up